|
Algemeen Micro-organismen (bijvoorbeeld bacteriën, virussen, schimmels, parasieten) zijn overal aanwezig. Iedere dag eten en drinken we ze en ademen we ze in. Ze leven zowel op als in ons lichaam. Slechts relatief weinig van deze micro-organismen kunnen werkelijk ziekten veroorzaken. Dit hangt zowel af van de aard van het micro-organisme als van het afweersysteem van het menselijk lichaam.
Relaties met de menselijke gastheer Tussen de menselijke gastheer en micro-organismen kunnen een drietal soorten relaties bestaan: - Symbiotische relatie: zowel de menselijke gastheer als het micro-organisme hebben er voordeel bij;
- Commensale relatie: het micro-organisme heeft er voordeel bij en de menselijke gastheer heeft er geen last van;
- Parasitaire relatie: het micro-organisme heeft er voordeel bij en de menselijke gastheer ondervindt er schade van.
Iedereen die gezond is, leeft in harmonie met een normale aanwezigheid van deze micro-organismen die zich nestelen op bepaalde plaatsen van het lichaam. Deze normale aanwezigheid wordt commensale flora genoemd en doorgaans beschermt deze het lichaam tegen ziekteverwekkende organismen. Infecties Onder bepaalde omstandigheden kunnen organismen die deel uitmaken van deze commensale flora een ziekte veroorzaken, bijvoorbeeld bij een verminderde weerstand. De meeste infectieziekten worden veroorzaakt door micro-organismen die het lichaam binnendringen en zich daar vermeerderen. Er kunnen 3 dingen gebeuren: - De micro-organismen weten zich zo te vermeerderen dat het afweersysteem van het lichaam hier niet tegen kan vechten. De persoon wordt hierdoor ziek en in het ergste geval kan ze zelfs komen te overlijden.
- Er ontstaat een soort evenwicht tussen de micro-organismen en het afweersysteem, de strijd wordt noch door de micro-organismen, noch door het afweersysteem van de persoon gewonnen. Er ontstaat een chronische infectie.
- Het afweersysteem van de persoon wint, met of zonder medische hulpmiddelen, de strijd en vernietigd de micro-organismen. De persoon geneest en vaak ontstaat er een blijvende immuniteit tegen betreffende micro-organisme.
Een aantal micro-organismen Bacteriën Een bacterie is een eenvoudig ééncellig organisme, zonder celkern. Zij zijn de kleinste micro-organismen die nog met een lichtmicroscoop te zien zijn. Er zijn verschillende manieren om bacteriën onder te verdelen. - Op basis van de vorm: bolvormig (coccoïd) de zogenaamde coccen, staafvormig (bacillair) de bacillen of vibrionen (wanneer de staaf gebogen is) of spiraal/schroefvormig (spirochetaal) de spirillen.
- Op basis van de gramkleuring (een bepaalde kleuring bij laboratoriumonderzoek): Gram-positief (kleuren blauw bij het onderzoek) of Gram-negatief (kleuren roze bij het onderzoek). Het blijkt dat deze laatste onderverdeling van belang is omdat de kleuring samen blijkt te hangen met bepaalde kenmerken van de celwand van de bacteriën, de infecties die ze veroorzaken en daarmee het soort antibiotica dat nodig is om deze bacteriën te vernietigen. Gram-negatieve bacteriën hebben een dubbel membraan rondom de bacteriecel. Vanwege dit extra membraan kunnen bepaalde geneesmiddelen en antibiotica de cel niet binnendringen. Hierdoor zijn ze vaker ongevoelig voor geneesmiddelen dan Gram-positieve. Daarnaast hebben Gram-negatieve bacteriën het vermogen om hun erfelijke materiaal (DNA) uit te wisselen met bacterie-stammen van dezelfde soort of zelfs tussen verschillende soorten. Zo kan een bepaalde Gram-negatieve bacterie, die ongevoelig is voor een bepaalde antibiotica, deze eigenschap doorgeven aan andere bacterie-stammen, waardoor deze ook ongevoelig kunnen worden voor deze antibiotica.
Bacteriën planten zich voort door celdeling. Bacteriën kunnen gifstoffen vrij laten komen of diep in weefsels doordringen, waardoor de menselijke gastheer ziek kan worden. Voor meer info: Wikipedia Bioplek: animatie Terug naar het begin Virussen Een virus is een veel kleiner organisme dan een bacterie of een schimmel. Het is eigenlijk erfelijk materiaal (DNA of RNA) omgeven door eiwit. Het is een bijzondere levensvorm omdat het een levende cel nodig heeft van een gastheer om zich voort te kunnen planten. Zodra een virus een levende gastheercel binnendringt laat het zijn DNA of RNA vrij en wordt de gastheercel gebruikt om nieuwe virussen aan te maken. Met de gastheercel kunnen verschillende dingen gebeuren: - Het kan afsterven;
- Het kan de controle verliezen over een normale celdeling en wordt hierdoor kwaadaardig;
- Sommige virussen integreren met de gastheercel en blijven “slapend” aanwezig in de gastheercel. Ze gaan zich pas weer vermenigvuldigen zodra deze cel wordt geprikkeld. De gastheercel wordt dus niet vernietigd.
De meeste virussen hebben een voorkeur voor een bepaalde gastheer. Hun eiwit “herkent” de gastheercel met behulp waarmee ze zich kunnen vermenigvuldigen. Geneesmiddelen die virusinfecties bestrijden worden antivirale middelen genoemd. Antibiotica (geneesmiddelen tegen bacteriën) helpen niet bij virusinfecties. Voor meer info: Wikipedia Bioplek, animatie Terug naar het begin Schimmels Schimmels kunnen verschillende levensvormen aannemen: van relatief eenvoudig eencellig organisme tot een ingewikkeld meercellig organisme. Ze planten zich voort door middel van sporen. Deze sporen bevinden zich overal in de omgeving. Dus ook in en op ons lichaam. Vaak merken we hier niets van. Bij een verzwakt afweersysteem kunnen bepaalde schimmels echter wel ernstige infecties opleveren. Omdat schimmelinfecties zich langzaam ontwikkelen (met vaak vage klachten) kunnen er maanden, zelfs jaren voorbij gaan voordat de persoon ziek wordt en medische behandeling ondergaat.
Schimmels bij mensen gebruiken bijvoorbeeld keratine dat in onze huid zit, als voedingsstof. Deze schimmels noemen we 'dermatofyten', oftewel: in de huid groeiende planten. Andere schimmels gebruiken suiker of vet als voedingsbron. Deze schimmels noemen we gisten. Daarvan zijn ook veel verschillende soorten. Sommige laten het brood rijzen, andere worden gebruikt bij de productie van bier, maar ook hier zijn soorten bij die op of in de mens groeien. De meest bekende zijn 'Candida' en 'Pityrosporum'. Ze kunnen infecties van de huid en de slijmvliezen veroorzaken. En dan is er nog een groep schimmels waar heel agressieve soorten bij zitten. Een veelvoorkomende is Aspergillus. Eigenlijk komen ze overal voor, maar voor mensen met weinig weerstand kunnen ze heel gevaarlijk zijn. Ze veroorzaken vooral infecties in de luchtwegen. Geneesmiddelen die schimmels bestrijden worden antimycotica genoemd. Voor meer info: Wikipedia Terug naar het begin Parasieten Een parasiet is een organisme dat overleeft door in of op een ander (meestal groter) organisme (de gastheer) te leven. Het kunnen eencelligen zijn, maar ook meercelligen zoals wormen, luizen etc. Medicijnen tegen parasieten worden anti-protozoïca genoemd Voor meer info: Wikipedia Terug naar het begin |