|
Ons immuunsysteem is het verdedigingsmiddel van ons lichaam tegen allerlei schadelijke stoffen. Tot deze stoffen worden niet alleen de micro-organismen (bacteriën, schimmels, parasieten en virussen) gerekend, maar ook andere 'lichaamsvreemde' stoffen: synthetische stoffen zoals chemische toevoegingen aan het voedsel en ingeademde oplosstoffen, maar ook sigarettenrook, zware metalen, straling (uit zonlicht, radioactiviteit) en gemuteerde lichaamscellen (kankercellen). Het is een complex systeem waarbij de verschillende onderdelen nauw met elkaar samenwerken volgens het principe: herkenning van het gevaar, mobilisatie van alle betrokken onderdelen en de aanval.
We kunnen ons immuunsysteem onderverdelen in twee componenten: - De algemene afweer (aangeboren afweer), gericht tegen alle mogelijke ziekteverwekkers en de
- Immuniteit (verworven afweer), gericht tegen specifieke ziekteverwekkers.
De algemene afweer In eerste instantie probeert ons lichaam te voorkomen dat lichaamsvreemde stoffen ons lichaam binnen kunnen dringen. Ze heeft hiervoor allerlei barrieres opgeworpen (mechanische afweer): de huid, de slijmvliezen in ons spijsverteringskanaal, in onze lucht- en urinewegen maar ook zuren in bijvoorbeeld de maag en vagina (chemische afweer) en onze darmflora. Komt een lichaamsvreemde stof toch ons lichaam binnen dan probeert het lichaam zo snel mogelijk van de stoffen af te komen door bijvoorbeeld niezen of diarree. Werkt dit niet dan zal ze proberen om de indringers te vernietigen door de zogenaamde fagocytose en histamineproductie. Ze werkt snel, vaak binnen enkele minuten tot uren (de eerstelijns afweer) doch werkt algemeen. Fagocytose In ons lichaam bevinden zich een aantal speciale witte bloedcellen die in staat zijn om ziekteverwekkers te verteren (“op te eten”). Deze speciale witte bloedcellen worden ook wel fagocyten genoemd. Deze fagocyten bestaan uit verschillende soorten witte bloedcellen. Op de plaats van de infectie ontstaat vaak een opeenhoping van dode (verteerde) en levende ziekteverwekkers en afgestorven weefselcellen. We herkennen dit als pus. Histamine Histamine zorgt voor een ontstekingsreactie op de aangedane plek. Histamine is een hormoon dat door beschadigde weefselcellen wordt geproduceerd. Het zorgt dat ter plaatse de bloedvaten worden verwijdt zodat er snel extra bloed en lymfevocht naar de beschadigde plaats kan worden gestuurd om eventuele gifstoffen af te voeren en antistoffen en witte bloedcellen aan te voeren. Dit veroorzaakt de rode zwelling. Daarnaast wordt er ter plekke pijn opgewekt om ons lichaam te waarschuwen dat er iets mis is. De temperatuur wordt ter plekke verhoogd: een hogere temperatuur zorgt voor een versnelde aanmaak van afweercellen en remt de groei van eventuele bacteriën. De aangedane plek wordt ingekapseld om verspreiding van de lichaamsvreemde stof tegen te gaan. Immuniteit Wanneer lichaamsvreemde stoffen (antigenen) het lichaam binnendringen worden door speciale witte bloedcellen specifieke antilichamen hiertegen aangemaakt. Deze antilichamen maken de antigenen onschadelijk. Ons afweersysteem heeft een soort geheugen van alle antigenen waarmee we ooit in aanraking is geweest en waartegen we antilichamen hebben gevormd. Bij een eerste aanraking met een antigeen werkt ons lichaam trager omdat we eerst het antigeen moeten leren kennen om een specifiek antilichaam te kunnen aanmaken. Maar bij een volgende aanraking met hetzelfde antigeen kan ons lichaam hierop veel sneller, krachtiger en specifieker reageren. Dit noemt men de verworven immuniteit, immers, het lichaam leert reageren op ieder nieuw antigeen waarmee het in contact komt. Als we net geboren zijn, is ons lichaam nog niet in aanraking geweest met antigenen. Om toch een basis immuniteit te hebben hebben we, voor onze geboorte, antilichamen van onze moeder gekregen via de placenta en na de geboorte via de moedermelk. In het immuunsysteem kan helaas van alles misgaan. De meest voorkomende verstoringen van het immuunsysteem zijn: - Het niet ontdekken van de gevaarlijke stoffen. Er vindt dan geen reactie van het immuunsysteem plaats en micro-organismen maar ook bijvoorbeeld kankercellen kunnen zich ongehinderd vermenigvuldigen.
- Een te heftige reactie van het immuunsysteem. Er wordt al gereageerd op bijvoorbeeld onschuldige pollen of stof. Dit is het geval bij allergische reacties.
- Een te langzame reactie van het immuunsysteem. Micro-organismen en kankercellen kunnen zich al behoorlijk vermenigvuldigen voordat het immuunsysteem in aktie komt. We worden ziek, kunnen zelfs dood gaan of de infectie wordt chronisch.
- Het niet goed identificeren van de indringer. Zo kan een lichaamseigen stof worden aangezien voor een lichaamsvreemde stof of worden gezonde lichaamscellen aangezien voor binnendringers. In deze gevallen is er sprake van een auto-immuunziekte. Voorbeelden zijn reumatische artritis, waarbij ten onrechte kraakbeen in gewrichten wordt aangevallen door het immuunsysteem en multiple sclerose, waarbij het lichaam zenuwcellen aanziet voor virussen en deze aanvalt.
We kunnen ons immuunsysteem versterken door uiteraard te proberen alle factoren die het immuunsysteem belasten zoveel mogelijk te vermijden. Voldoende rust en ontspanning, volwaardige voeding, handhaven van een goede darmflora en een gezonde levensstijl helpen hierbij. |